IMG 4021 002Huismus
Olieverf op doek 40 x 50
2020

 

 

Licht en schaduw


Natuurlijk poseert een mus niet, ik doe alsof. Ik hou er van om portretten van vogels te maken, vooral van mussen. Ik vind ze mooi en aandoenlijk.
Vooral hun gehip. Je zult toch met beide benen springend door het leven moeten, en dan ook nog met je handen op je rug..
De geportretteerde mus is een mannetje,hij heeft een bef die nog net zichtbaar is.
Ik heb geprobeerd hem in licht en donker af te beelden, een beetje à la Rembrandt.

We hebben zeggen en schrijven één huismus in de tuin, die zich eigenlijk alleen maar in de winter laat zien.
Wat we op dit moment wél kunnen bewonderen zijn de heggenmussen, moeder, vader en twee jongen. Ze zijn dol op meelwormen en daarmee concurrenten van de merel.
Heggemussen hebben een blauwgrijze kop en bruine zwarte rug. Het zijn babbelaars, ze kwetteren de hele dag vanuit de lijsterbes.

 

 

 


 

Mus700Huismus
Olieverf op doek 70 x 90
2019

(Klik op het plaatje voor een vergroting)

De huismus
Eindelijk hebben we er een in de tuin, een huismus.
Roodborsten hadden we, kauwen, tortels, merels, vinken, gaaien, winterkoninkjes en eksters, zelfs een specht. Maar nooit een gezellige huismus.
Een paar weken geleden zat er opeens een in de hortensia, hij snoepte vliegjes en kleine insecten. Later viste hij het zaad, dat grotere vogels uit de silo strooien, van de grond.
Ik hou van huismussen, heb er een aantal geportretteerd op groot formaat in olieverf.
De vrouwtjes zijn lichtbruin, met een lichtbruine borst. De mannen hebben een befje van zwart witte veren en zijn donkerder bovenop.
In onze stad ontdekte ik een kleine binnenplaats in het centrum waar ik een enorm vogelgekwetter hoorde. Toen ik ging kijken zag ik een grote, dichte bamboe, maar geen vogels.
Het lawaai was wel overdonderend en oorverdovend. Ik klapte in mijn handen en toen vlogen wel honderd mussen omhoog om vrijwel direct weer in de bamboe te vliegen. Een schitterend gezicht.
In onze tuin zit er nog steeds maar een. Ik vrees wel voor zijn leven. Want op een schemerige namiddag zag ik een rare vogel op de pergola. Ik zag een vogel, groter dan een duif met lange poten. Hij plukte aan iets dat tussen zijn poten zat. Ik hoopte nog dat hij een van de vele veldmuizen te pakken had. Ook niet leuk, maar ja.
Ik zocht het op in mijn veldgids en de volgende dag werd mijn vermoeden waarheid, want boven in de beuk in onze straat zat een sperwer. En sperwers eten vinken en mussen.
Het aantal vinken in onze tuin is drastisch gedaald, maar die ene mus, die zag ik gisteren nog. De sperwer is, hoop ik, naar het stadspark vertrokken.


 

Kauw 20 x 30 2018 700Kauwtje in de winter (2018)
Olieverf op doek 24 x 30

(Klik op het plaatje voor een vergroting)

Kauwtjes zijn grappig en slim. Ze komen het hele jaar door in onze tuin eten uit de graansilo waarin ik ook gedroogde meelwormen stop. In de winter zijn het overigens andere vogels dan zomers. Hoe ik dat weet? Ik herken ze aan hun veren!
De kauwenfamilie woont hoog in de eikenbomen in de straat achter de onze. Soms nestelen ze in de schoorsteen van een van de oude huizen daar. Dan worden ze verdreven. Dat is misschien ook een reden waarom er soms een andere familie komt. Ik ben dan wel benieuwd waar de ‘oude’ kauwtjes blijven.

Twee jaar geleden was er een jonge kauw die heel dichtbij kwam, haast uit mijn hand at. Hij had een slingerend loopje en was veel alleen. Ik heb hem na die winter niet meer gezien. Een jaar later was er een rustige grote wijze kauw met veel wit in haar verenkleed. Ik zeg ‘haar’, maar weet niet of het een vrouwtje was. Ook zij kwam niet meer opdagen. We hebben geen strenge winters gehad, dat maakt het raadsel waar ze blijven des te groter…

De kauwen komen in groepjes en eten in rangorde. De ouders eerst. Zij laten expres ook zaden vallen, die de jongere vogels vanaf de grond oppikken. De silo hangt naast een rozenstruik, wat het gemakkelijk maakt om te eten, ze gaan gewoon op de tak zitten, het dichtst bij de silo. Ze maken veel lawaai tijdens het eten, iedereen wil aan de beurt komen en de jongen bedelen vanaf de grond om voer .

Kauwtjes hebben een prachtig verenkleed, dat blauw- groen- zwart oplicht in de zon. Hun kop is zwart met grijs en die laatste kleur loopt door in de nek. Hun ogen zijn blauw.

A1 TurksetortelTurkse Tortel (2016)
Acryl op doek
18 x 24 cm
(Klik op het plaatje voor een vergroting)

 

De Turkse tortel is een paar jaar geleden haast ongemerkt mijn leven binnengeslopen. Nadat onze laatste kat was overleden, kon ik de eerstvolgende winter ongehinderd vogels voeren in onze tuin. De kauwen ontdekten de voedersilo als eerste, weldra gevolgd door Gaai, Specht, en Mezen. Op de grond scharrelden Merels, Vinken en Roodborst de neergedwarrelde kruimeltjes bij elkaar. Dat ging in goed onderling overleg merkte ik. Tot op een dag twee gort grijze duiven neerstreken. Ze keken de kunst van het aanvliegen, het landen en het al schommelend, eten op de voedersilo, af. Met veel vleugelgeklapper en gewiebel lukte het om grote hoeveelheden voer te bemachtigen. Ruzie met de kauwen, dat wel. Niet veel later landden de twee tortels op het afdakje naast mijn keukenraam. Ze loerden naar binnen. De slimmeriken hadden ontdekt dat ik de trommel met strooivoer uit het onderste aanrechtkastje haalde.  Zodra ik er mee naar buiten liep, vlogen ze naar de paal waaraan de silo hangt. De tortels sloegen als eerste toe, aten hun buikje rond en bleven in de naastgelegen Lijsterbes wachten tot ik met nieuwe voorraad kwam. Argeloos begin ik ze uit de hand te voeren. Een beetje bang aanvankelijk, maar gretigheid overwon alles. Het werd voorjaar en de Kauwen, Gaaien, en de Specht verdwenen naar hun nesten verderop in de eikenbomen. Van alle kleine vogels bleven de Mezen en de Merels nog wel scharrelen. De Tortels echter bleven bedelen en ik voerde. Op een dag klommen ze in de hoge bamboe naast het afdakje. Op een splitsing van takken legden ze wat dwarstakjes uit de berkenboom van de buurman. Het was min of meer een nest, meer min dan meer. Niet veel later werd er gebroed en geroepen naar elkaar, en gebedeld om eten. Ja, nu snapte ik het. De twee Tortels woonden bij de het brood, en ik was de bakker. Jaren verstreken en er zijn inmiddels 8 jonge duiven geboren. En als alle duifjes het hadden overleefd, was het nog drukker geweest hier in de tuin. Al die tijd al kan ik ze van dichtbij bekijken. Wat zijn ze mooi en veelkleurig en wat hebben ze veel veren! Een reden dus om een portret te maken!


 

Smelleken 940Smelleken
Olieverf op doek
18 x 24

(Klik op het plaatje voor een vergroting)

Een fijne vogel om te schilderen en hij heeft een prachtige naam, het klinkt een beetje Middeleeuws, vind ik. Hij komt hier niet meer zo veel voor, daarom heb ik hem ook geschilderd op een paal met in de verte de horizon. Rechts zie je het al een klein beetje licht worden. Dit olieverfschilderijtje is 18x24 cm

ALGEMENE INFORMATIE.

Smelleken is een Brabants woord, naar het schijnt, lang geleden heette hij sme(e)rie. Het Smelleken is de kleinste valkensoort. Het heeft een relatief lange staart, brede vleugelbasis en niet al te spitse vleugelpunten. Het vliegt vaak laag en snel in een rechte lijn en zit graag op de grond. Maar het bidt niet. Het is een vogeljager in open land, die vooral op zangvogels jaagt. Het Smelleken is een noordelijke soort, broedt op toendra's, hoogvlakten met heide en in de halfopen taiga. Vanaf september tot in mei is het heel sporadisch bij ons te zien. Het zoekt soms het gezelschap op van blauwe kiekendieven op die de vogels voor hem opjaagt. Het mannetje is blauwgrijs van boven, met zwarte staartband. Bruinoranje gevlekte borst. Vrouwtjes en jonge vogels zijn bruin van boven, bruin wit gevlekt van onderen. Het vrouwtje is een stuk forser dan man. Als we ze in Nederland zien is dat in open land, op akkers en weilanden, heide en hoogveen, open duin en kwelders. Soms kun je ze spotten op hun trektocht boven bos en de stad. Het overnacht vaak in rietvelden of hoge heide.

VOEDSEL

Smellekens eten kleine vogels, vooral zangvogels tot ongeveer 50 gram. Vaak piepers (graspieper), vinkachtigen (kneu, frater), gorzen en leeuweriken. Soms ook grotere vogels (steltlopers, kramsvogel), zelden kleine zoogdieren. Ook wel libellen. Het Smelleken is een drieste en volhardende jager van open gebied. Vliegt snel en laag aan om prooien te verrassen, slaat de prooi in vlucht.